DE NIEUWE WILDERNIS_A3_DEF_nieuw logo Bever.inddThere Is No Blue Without Yellow & Orange

De film There is No Blue without Yellow and Orange is een ‘feature length’ documentaire die vertelt over alle plekken waar de schilder Vincent van Gogh woonde en werkte. Fotograaf/filmmaker Vincent van de Wijngaard reist naar de première van de film in Tokyo en schrijft (bijna) dagelijks een reisverslag dat het heden en verleden met elkaar verbindt.

oen ik zeven jaar geleden het boek Following Van Gogh fotografeerde en terugkeerde van die reis waarin ik 26 locaties had bezocht, realiseerde ik mij dat dit project eigenlijk een film moest worden. Er waren gesprekken
die ik tijdens mijn reis opgevangen had die onmogelijk waren te vertalen in een enkel stilstaand beeld. Bijzondere verhalen waarvan ik de oorspong wilde achterhalen. Wilde ik mijn verhaal recht doen, zo bedacht ik, moest ik research gaan verrichten en mij zeer grondig inlezen. Ik had geluk: tijdens het maken van mijn boek werd ik geïntroduceerd aan onderzoekers die binnen het Van Gogh Museum actief zijn. Zo kon ik iedere vraag stellen en iedere onduidelijkheid uit de weg ruimen. Langzaam maar zeker raakte ik zo gebiologeerd door mijn onderwerp dat ik ieder detail wilde kennen. De Borinage, de Belgische voormalige mijnwerkersstreek ten westen van de stad Mons fascineerde me bijzonder. Dat de mensen die hier woonden het juk van het zware leven als mijnwerker nog altijd droegen, bleek uit de enorme armoede die ontstond als gevolg van het sluiten van de mijnen. Van Gogh, werkzaam als predikant, daalde af in de mijnen. Hij werd geraakt door de armoede toen. Ik hoefde niet ver te zoeken, ik vond het heel bijzonder dat het heden en het verleden elkaar hier kruisten. Hier ontstond mijn idee voor een film.

Ik begon te werken aan een script, eigenlijk gebaseerd op het reisverhaal zoals ik dat vaak had gefotografeerd. Een mengvorm van een persoonlijk reisverslag waarin je de persoonlijke beleving van de maker kunt volgen, maar in dit geval ook de feitelijke tijdslijn van Van Gogh. Dat was geen eenvoudige opgave. Het vinden van de juiste vorm impliceerde ook het vinden van de juiste mensen om mee samen te werken. Met Ken Wilkie had ik eerder gewerkt,
jarenlang was hij hoofdredacteur van Holland Herald.
Wilkie was het die mij ooit mijn eerste opdracht gaf, en stuurde mij op reportage naar Marokko.
 
Ik leerde mijn persoonlijke indrukken als jong fotograaf vertalen in een beeld dat verhalend was maar toch een eigen signatuur droeg. Ik werkte samen met de schrijfster Christine Aziz, die indertijd veel publiceerde in The Independent.
 
Op reis ontdekte ik dat Ken Wilkie een boek had geschreven over Van Gogh, getiteld The Van Gogh File. Sterker nog: hij had de reis in het voetspoor van Van Gogh in de jaren zeventig gemaakt, als jong journalist in opdracht van Holland Herald. Na mijn terugkomst, na hem jaren niet gesproken te hebben, vertelde dat ik zijn boek had gelezen. Ik vertelde hem van mijn voornemen een documentaire te maken en vroeg hem de voice-over te schrijven. Hij was enorm enthousiast. Na een voorbereidingsperiode van een jaar vertrokken Ken en ik voor onderzoek in het veld, vergezeld door Wouter van der Veen, een kunsthistoricus uit Straatsburg. Ik was me er van bewust dat bij zo’n ‘groot onderwerp’ alle feiten exact moesten zijn, teneinde het onderwerp ‘los’ te kunnen benaderen.

lees verder…